
« Vorige | 1/7 | Volgende foto »
Bruce Springsteen is één van de weinige ouwe rockers die er blijft in slagen om een nauwe band te onderhouden met zijn fans. Hij mag dan al jaren a rich man in a poor man's shirt zijn, de tomeloze inzet en passie blijft na al die tijd intact. Meer nog: hij slaagt er nog steeds in om de illusie te creëeren dat hij iedereen in de zaal persoonlijk kent en dat we allen gewoon vrienden van elkaar zijn. Hij wandelde tijdens de meeste nummers het hele podium af, wees her en der mensen aan en zegende zijn fans met het spoelwater voor zijn mondharmonica's of eigen zweet. Hij vergat ook de mensen die op de tribunes achter het podium zaten niet. De fans op de eerste rij werden beloond voor hun lange wachten en mochten af en toe hun vriend en zijn gitaar aanraken zonder dat hij omringd werd door zenuwachtige bodyguards. Het enige punt van kritiek op zijn passage in het Sportpaleis was de inferieure klank. Vreemd toch hoe de ene geluidstechnicus de andere niet is. Perfecte klank in het Sportpaleis is mogelijk, maar de technici van Bruce slaagden er niet in om een warm en vol geluid de zaal in te sturen.
Voor de rest geen klachten. Van opener Radio Nowhere (qua mission statement kan dit wel tellen) tot aan American Land (een als Ierse folksong verpakt relaas over Amerikaanse immigranten) werd er aan een moordtempo gespeeld. Op het einde van ieder nummer gooide The Boss zijn gitaar in de armen van zijn roadie. Hij nam een slok sportdrank, koos de juiste mondharmonica, omgordde zijn gitaar en was net op tijd terug aan de microfoon om one, two, three- gewijs het volgende nummer in te zetten. De E Street Band had er duidelijk goesting in. De sloomheid van Clarence Clemons - blazen gaat nog wel maar veel beweging zit er verder niet meer in - werd ruimschoots gecompenseerd door Steven Van Zandt (de rol van Silvio Dante in The Sopranos heeft hem duidelijk deugd gedaan), Max Weinberg (drummer zonder meer) en Roy Bittan (zijn pianospel is zowaar de hoeksteen waarop Springsteen zijn carrière bouwde).
Er passeerden veel nummers uit zijn laatste plaat Magic die live nog aan kracht wonnen. Zo begon Gypsy Biker akoestisch maar transformeerde zich na een strofe in een potige rocksong waarin Bruce en Steve zowaar een gitaarduel uitvochten. Magic was een gitzwart rustpunt voor akoestische gitaren, een viool en twee stemmen. Het vrolijke Girls in their Summer Clothes deed ons al halsreikend uitkijken naar het Boudewijnstadium in de zomer. Maar hoe mooi het recent werk ook moge zijn, het is vooral bij de oudere nummers dat de zaal helemaal ontplofte. Reason to believe was voor de gelegenheid herwerkt tot een delta-blues nummer dat langzaam maar zeker overging in een ZZ Top Boogie. Zelden hebben we iemand zo gepassioneerd door een mondharmonicamicrofoon zien spelen, rochelen en brullen. Het duo Because the Night en She's the one was groots maar werd door zijn eenvoudig arrangement en massale samenzang overtroffen door The River. Tijdens de bissen kwam de kerstman even op bezoek, floepten de lichten aan tijdens Born to run en Tenth Avenue Freeze-out om net op tijd te doven voor Dancing in the dark. Een truc van de foor, maar die blijft werken.
Setlist
WD
(14/12/07)