Club › za 21 aug 13:50 › 14:30
Vergeet de familie Von Trapp. Zingende familieleden hoeven niet per se een belegen sfeertje uit te ademen. Dat bewijzen de Engelse Kitty, Daisy & Lewis, muzikale wonderkinderen uit Noord-Londen. De kinderen Durham kregen van hun ouders de liefde voor country, swing, rockabilly en blues met de paplepel ingegoten. Ze ontwikkelden zich al in hun prille tienerjaren tot heuse multi-instrumentalisten en raakten verslingerd aan vintage instrumenten en songs uit vervlogen tijden op 78-toerenplaten. Live brengen Kitty, Daisy en Lewis gewoon hun ouders mee: vader Graeme op akoestische gitaar (beheerst en virtuoos), mama Ingrid op staande bas. De Club maakte zich op voor een retrofeestje zonder weerga.
Kitty en Daisy begonnen met een prachtig a capella-liedje, Walking blues, in close harmony rond een microfoon. Daarna kregen we twee machtige lappen oldskool rockabilly, Mean son of a gun (een song van fifties honkytonklegende Johnny Horton) en I’m going back. Don’t make a fool out of me was een zinderende bluessong waar Jack White een hand veil zou voor hebben. Hillbilly maakt zijn titel waar en knipoogde met twee banjo’s en accordeon naar Appalachenfolk. Een Jamaicaanse trompettist mocht tijdens Ska song voor wat reggaevibes zorgen, maar we vonden deze vreemde in de bijt de zwakste song uit de set. Het vervolg was daarentegen weer fantastisch met de heerlijk ouderwetse jazzswing van (Baby) hold me tight, een door Ray Charles geïnspireerde bewerking van de klassieker Going up the country. Het einde was ronduit verbluffend met Say you’ll be mine, een primitieve bluesgroove die iedereen aan het dansen zette. Het optreden van Kitty, Daisy & Lewis was één lange hommage aan de roots van de rock-‘n-roll, bezield en bezielend. We zien het de Pfaffs nog niet zo gauw doen.
8/10