Eigenlijk bestaat Porcupine Tree niet. De groep start aan het einde van de jaren 80 als een verzinsel van twee Britten over een legendarische groep die de geschiedenis vergeten was. De grap wordt ernst. Een cassette – want zo ging dat in die tijd – belandt bij een underground magazine dat de heren vraagt een nummer te leveren voor een compilatie met psychedelische bands. Porcupine Tree begint écht te bestaan en krijgt meteen veel aandacht uit het opgang makende danssegment. Hun lange, bedwelmende gitaarwerken worden opgepikt door liefhebbers van ambient (The Orb, Aphex Twin). Het ondertussen ter ziele gegane muziekblad Melody Maker omschrijft ‘Up The Downstair’ (1993) als een psychedelisch meesterwerk. Toetsenman Richard Barbieri van Japan sluit aan en Porcupine Tree wordt ook een live-groep. Gestaag groeit het uit tot een van de belangrijkste exponenten van progressive rock, zeg maar rock waarin ruimte en veel tijd is voor experiment en versiering. Opmerkelijk is de samenwerking op ‘In Absentia’ (2002) met de Zweedse death metal groep Opeth. Het brengt Porcupine Tree ook in beeld bij de fans van zwaardere progrockers als Dream Theater en Tool.